De opleidingen in het beroepsonderwijs voor de hout- en meubelsector,
op basis van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), zijn ingedeeld
in vier niveaus:
niveau 1: Assistentenopleiding
niveau 2: Basisberoepsopleiding (v/h primaire opleiding)
niveau 3: Vakopleiding (v/h voortgezette opleiding)
niveau 4: Middenkaderopleiding (v/h kaderopleiding)
Er zijn daarbij twee opleidingstrajecten t.w. de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en de beroepsopleidende leerweg (BOL). De BBL is het werkend leren zoals in het vroegere leerlingstelsel. De
leerling leert de praktijk gedurende 4 dagen per week bij een
opleidingsbedrijf en gaat 1 dag per week voor de theorie naar een
Regionaal Opleidings Centrum (ROC). De BOL is een voltijdsopleiding, verzorgd door een onderwijsinstituut.
In de BBL is de leerling in dienst van het opleidingsbedrijf met een
arbeidsovereenkomst op basis van de CAO. De leerling is gewoon vijf
dagen per week in dienst en over de schooldag wordt het loon
doorbetaald. Het opleidingsbedrijf gaat een
praktijkvormingsovereenkomst aan met de onderwijsinstelling. SH&M ziet toe op de kwaliteit van de opleiding en verzorgt de begeleiding van de leermeesters in de bedrijven.
Een voldoende instroom van leerlingen in de BBL zowel in kwantitatieve
als kwalitatieve zin wordt steeds zorgelijker. Steeds meer kinderen
kiezen voor een technische opleiding. Het steeds kleiner wordend aantal
schoolverlaters van VBO moet gedeeld worden met de bouwnijverheid, de
meubelindustrie en de interieurbouw. In deze concurrentie blijkt voor
de leerling de timmerindustrie veelal de laatste keuze. Er is veel werk
nodig om het imago van de branche te verbeteren. De situatie zal in de
toekomst alleen maar slechter worden, o.a. door de invoering van het
VMBO onderwijs, een integratie van algemeen vormend en technisch
onderwijs.